Au revoir, Jean-Luc Godard

Jean-Luc Godard

Een onconventionele pionier die film anders achterliet dan hij het vond

Slieker presenteert ‘Au revoir, Godard’: vier van de meest toonaangevende werken van Jean-Luc Godard worden vertoond als laatste eerbetoon aan de in september overleden regisseur. Godard was de meest invloedrijke filmmaker van de Nouvelle Vague, een vernieuwende filmstijl uit de jaren zestig die geen genoegen nam met de standaard verhaalstructuur en filmwijze die was vastgeroest in de Franse cinema en Hollywood, en die wereldwijd een revolutie in film teweeg heeft gebracht.

“Film is waarheid in 24 frames per seconde”

Godard’s uitgangspunt was het tonen van de realiteit. Zoals hij het zelf omschreef: ‘film is waarheid in 24 frames per seconde’. Deze cinéma vérité uit zich in alle aspecten van zijn films: het camerawerk is vrij en ruimtelijk, er wordt op ongebruikelijke momenten geknipt in de film, de dialogen zijn lang en dragen niet altijd direct bij aan het narratief en zijn thema’s zijn meestal filosofisch en zwaar politiek geladen. Vier klassieke werken die zijn stijl als geen ander omvatten worden nu vertoond in Slieker: ‘Vivre sa vie’, ‘Le mépris’, ‘À bout de souffle’ en ‘Bande à part’.

Trailer van ‘Au revoir, Godard’

Placeholder afbeelding voor de video

Jeugd

Jean-Luc Godard wordt geboren in Parijs in 1930 in een rijk Frans-Zwitsers huishouden. Op vierjarige leeftijd vertrekt het gezin naar Zwitserland, waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbrengt. Zijn interesse in de cinéma ontstaat niet door het kijken van films, maar het lezen van teksten als La Revue du cinéma en Outline of a Psychology of Cinema. Tijdens een korte studieperiode aan het Lycée Buffon in Parijs weet hij zich te mengen met de culturele elite van die tijd, maar hij haalt zijn examens niet en keert terug naar Zwitserland. Hier spendeert hij onder andere tijd met filmliefhebbers en filosofen in Genève.

Cinémathèque Française

Als hij begin jaren vijftig weer terugkeert in Parijs om verder te studeren, ontdekt Godard de ciné-clubs die in die periode steeds populairder worden zoals de Cinémathèque Française. In deze clubs ontmoet hij gelijkgestemden die later net als hij bekend zullen worden met een revolutionaire filmbeweging, zoals Jacques Rivette en François Truffaut. Dit is de tijd waarin Godard het medium aandachtig bestudeert en zijn filmliefde en kritische blik zich konden ontwikkelen. Later omschreef hij zichzelf in deze periode als een ‘’christen in de catacomben”, zodanig wijdde hij zich aan het vak.

Eerste films

In het begin van de jaren vijftig, in zijn studententijd, wordt Godard actief als filmcriticus. Zo begint hij zelf een film magazine en schrijft hij voor het invloedrijke ‘Cahiers du cinéma’. Na een verhuizing terug naar Zwitserland begint hij te werken als bouwvakker bij de Grande Dixence Dam. Zijn eerste film is een documentaire over die dam, en van daaruit begint hij een aantal fictieve, korte films te maken. In deze tijd leert hij onder andere acteur Jean-Paul Belmondo en regisseurs als Jacques Demy, Jacques Rozier en Agnès Varda kennen, tevens namen die later beroemd zullen worden onder de Franse nouvelle vague.

Onconventioneel

Met het begin van de jaren zestig breekt Godard’s meest invloedrijke en baanbrekende tijd als filmmaker aan. Dit begint met ‘À bout de souffle’, met Jean-Paul Belmondo en Jean Seberg, waarin hij de nouvelle vague filmstijl als een van de eersten duidelijk neerzet. De film brak vele ongeschreven filmregels met bijvoorbeeld het gebruik van de toen onconventionele jump-cut of personages die plotseling tegen het publiek praten. Godard laat het verhaal van de film zich gedeeltelijk vormen op de set, waardoor er veel improvisatie wordt gevraagd van de acteurs. Dit zijn technieken die voorheen als amateuristisch en onprofessioneel werden beschouwd. De film wordt echter meteen erkend als een belangrijk werk en wint een Jean Vigo prijs. Hiermee maakt Godard ruimte vrij voor onconventionaliteit en vrijheid in film.

Experimenteren

Vele andere experimentele films volgen. Al kort na ‘À bout de souffle’ maakt Godard films als ‘Une femme est une femme’ en ‘Le petit soldat’, waarin hij Anna Karina cast, die later voor een tijd zijn echtgenoot zal zijn. Haar gebrek aan acteerervaring en ongemakkelijkheid ziet hij als een belangrijke toevoeging aan haar rollen. De twee worden een stel en producties als ‘Vivre sa vie’ volgden, die eveneens goed worden ontvangen bij het publiek en critici. Godard blijft experimenteren: hij filmt zijn personages vanuit vreemde hoeken waardoor hun gezicht niet zichtbaar is of speelt met de verwachting van zijn publiek.

Politiek

In Godard’s films wordt zo natuurlijk en bewegelijk gefilmd om de waarheid zo goed mogelijk vast te leggen, de zogenoemde cinéma vérité. En er worden veel referenties aan andere films en popcultuur aangehaald in beeld en de dialogen van de personages, om zo te reflecteren op het medium en te filosoferen over de betekenis en toepassing van film.
Ook politieke onderwerpen worden zonder bescheidenheid meegenomen. In zijn eerdere werk komt bijvoorbeeld anti-oorlogse en maatschappelijke thematiek naar voren, en later wordt zelfs duidelijk dat Godard interesse heeft in het Marxisme en Maoïsme, waarbij ‘La Chinoise’ als duidelijkste voorbeeld kan worden aangewezen.

Latere films

Na zijn meest bekende en grensverleggende periode is Godard nooit gestopt met het maken van films. De late jaren zestig tot en met de jaren zeventig wordt ook wel beschreven als zijn revolutionaire periode. In 1968 raakt Godard geïnspireerd door de Parijse studentenrevolte, en een lange periode volgt waarbij hij zwaar politiek beladen films met revolutionaire thema’s maakt, zoals ‘Tout va bien’. Vanaf de jaren tachtig wordt zijn werk meer ingetogen, met autobiografische kenmerken, en conventioneler, met speelfilms als ‘Sauve qui peut (la vie)’.

Eerbetoon

De rest van zijn leven bleef Godard actief als filmmaker en filmcriticus. Met zijn overlijden in september 2022 verloor de filmwereld een van de meest invloedrijke, ongrijpbare en talentvolle filmmakers aller tijden, in wiens werk menig beroemd regisseur zegt inspiratie te hebben gevonden. Als laatste eerbetoon vertoont Slieker vier van zijn meest prominente werken: ‘Vivre sa vie’, ‘Le mépris’, ‘À bout de souffle’ en ‘Bande à part’.